EU-VOORZITTERSCHAP IN TURBULENTE TIJDEN: VERSLAG

EU-VOORZITTERSCHAP IN TURBULENTE TIJDEN: VERSLAG

Wat betekent het EU-voorzitterschap precies in deze turbulente tijd en hoe zet Nederland zich in dit halfjaar in met het oog op vredes- en veiligheidsvraagstukken en een nieuw gezamenlijk buitenland- en veiligheidsbeleid? In de avonduren van donderdag 14 januari kwamen 60 studenten en Young Professionals bijeen voor de lezing over het Nederlandse Voorzitterschap van de Europese Unie dat plaats vindt in de eerste helft van 2016. Tijdens de lezing werd ingegaan op wat het Voorzitterschap precies betekent voor Nederland en werden de verschillende facetten evan belicht.

De eerste spreker van de avond, Arjen Westerhoff, projectleider parlementaire dimensie EU-voorzitterschap 2016 bij de Tweede Kamer, gaf een uitgebreid beeld van de parlementaire dimensie van het spektakel. Hij ging onder andere in op de 6 innovatieve en interactieve interparlementaire conferenties die het Nederlandse parlement organiseert met als doel: Working together to increase parliamentary engagement in EU decision-making. Het voorzitterschap speelt zich niet alleen af in Brussel en Amsterdam, zo blijkt, maar óók in Den Haag waar wordt ingezet op het ontvangen en van gedachten wisselen met andere leden van nationale parlementen.

Vervolgens gavenGabriëlle Metz en Roy van Kenkel, beiden werkzaam op het gebied van Europese Integratie bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, inzicht in de bijeenkomsten die in Amsterdam zullen plaatsvinden. Zij zetten de uitgangspunten van Nederland uiteen met een focus op groei en het creëren van werkgelegenheid alsook de verbinding tussen de EU en burgers. Maar, benadrukten zij ook: het slagen van een voorzitterschap is afhankelijk van de gebeurtenissen die nu plaatshebben en zich de komende maanden zullen voordoen. Diplomatie, zo bepleitten zij, gebeurt niet alleen tijdens vergaderingen en andere officiële bijeenkomsten, maar juist ook bij de koffieautomaat.

Jean Pierre van Aubel, Hoofd Taakgroep Nederlands EU-voorzitterschap 2016 bij het Ministerie van Defensie kreeg vervolgens de vloer. Op zijn vraag aan het publiek waar Nederland zich op zou moeten richten gedurende dit Voorzitterschap op het gebied van defensie werden onder andere grensbewaking, maritieme activiteiten, en een effectievere samenwerking tussen lidstaten genoemd. Hij stelde dat Europa niet (meer) kan leunen op de Verenigde Staten en de eigen kracht moet vergroten. Met de name de verschillende crises waarmee Europa te maken heeft alsook de dreiging die komt vanuit het Oosten (Rusland), benadrukken dit. De drie hoofddoelstellingen die Nederland zich heeft gesteld zijn (1) een vergroting van de effectiviteit en zichtbaarheid van het Gemeenschappelijk Veiligheid en Defensiebeleid (GVDB), (2) een versterking van militaire capaciteiten en (3) een verbetering van de werking van de defensiemarkt en industrie. Van Aubel kon dit aan de hand van vele voorbeelden, zoals samenwerking tussen Nederlandse en Duitse troepen.

Na de al interactieve lezing, werd de vloer vrij gegeven voor het publiek, waarin één vraag een mooie afsluiter bleek. Oud-minister van Defensie, Willem van Eekelen, vroeg aan Arjen Westerhoff of het überhaupt mogelijk is een systeem te creëren waarin er met voldoende snelheid – dus binnen enkele dagen – door de Tweede Kamer een besluit kan worden genomen over al dan niet militair ingrijpen. Het antwoord? “Het zou mogelijk moeten kunnen zijn. Maar hoe en wanneer het mogelijk is? Dat heeft toch te maken met politiek draagvlak.”